dinsdag 27 april 2010

Ik geef de hoop niet op

Maandag zijn we weer verder gegaan, met een groepsbijeenkomst in de bibliotheek, onder leiding van Willem van Vliet. Kernwoorden waren natuurlijk weer "waarnemen" en "gebeurtenis".

Wat opvalt is het hoge vaagheidsgehalte, waarbij ik het gevoel krijg dat dat door de "leiding" zo gestuurd wordt. Vooral niet zeggen wat de bedoeling is. Laat een vaag begrip of idee vallen en kijk hoe daarop gereageerd wordt. Het is een concept dat niet echt economisch is: je investeert heel veel (te veel?) tijd in te weinig voortgang. (Ook een groot bezwaar bij de vorige Waterwolf; zie de eerste post hieronder: "Start".) In de dagelijkse praktijk is dat geen pluspunt.

Verder is er die ochtend gerecapituleerd wat er door iedereen gedaan is. En 's middags ben ik weer op winkeltjesjacht gegaan. Hayat is met me meegegaan. Ik dacht, dat zal toch schelen; dat zal het ijs toch wel breken...! Maar nee, vandaag alleen maar teleurstellende resultaten. Niemand van de drie winkels die we bezocht hebben wilde meedoen. De Iraniër en de Turk in de Lange Groenendaal niet, en ook de Marokkaanse supermarkt op de hoek van de Raam en de Vlamingstraat was negatief. Allemaal hadden ze zo'n beetje het idee dat een onderzoekje naar hun klandizie juist stigmatiserend is, en verschillen benadrukt, in plaats van ze oplost. Ja, ik begrijp het wel; ik zou prezies zo reageren, denk ik.
Kortom: er was vandaag niets te zien. Wat op zich ook een goede waarneming is.

Toch zou ik het jammer vinden om het idee te laten varen. Ik zal moeten overgaan op een andere strategie. Het beste is om gewoon klant in die winkels te worden en dan - terwijl ik een boodchap doe - observeren (je zou ook kunnen zeggen: "waarnemen"), wat er zoal voor interacties zijn. De eerste vragen kan ik dan aan mezelf stellen. Het maken van foto's schiet er dan wel bij in.

De volgende bijeenkomst is bij de Mallemolen, want we moeten dan gaan waarnemen buiten het vertrouwde gebied. Verzamelen bij de Praxis!!!

vrijdag 23 april 2010

El Hassouni, het Olijven Plaza en een leermoment

Gister was het zo ver. Ik heb de eerste winkeltjes bezocht, met als doel toestemming te krijgen om af en toe wat mensen in hun winkeltjes te ondervragen.

El Hassouni
Mijn eerste gang was naar de supermarkt El Hassouni in de Wilhelminastraat 27. Daar heb ik uitgelegd dat we met een project bezig zijn om verschillende Goudse bevolkingsgroepen (met name moslim-Gouwenaars en niet-moslim-Gouwenaars) bij elkaar te brengen. En dat we ervoor gekozen hebben uit te gaan van winkels die gerund worden door moslims, omdat juist daar de beide bevolkingsgroepen elkaar tegenkomen.
De heer El Hassouni was direct bereid om daaraan mee te werken; hij stond erg postief tegenover het idee. Het eerste contact was gelegd...!

















De heer El Hassouni in zijn zaak


Olijven Plaza
Vol optimisme ging ik vervolgens naar het Olijven Plaza in de Korte Groenendaal 8.  Hier ontspon zich een interessante discussie. De jonge verkoper (niet de eigenaar) beargumenteerde dat op deze manier toch weer onderscheid gemaakt wordt tussen moslims en niet-moslims, terwijl dat onderscheid helemaal niet gemaakt moet worden. Hij stond er ook op dat het Olijven Plaza niet het label moslimwinkel zou krijgen. Zijn (ik zeg toch maar "zijn", ook al is hij niet de eigenaar) winkel is voor iedereen, en iedereen stapt naar binnen voor wat er in de winkel verkocht wordt, niet omdat er toevallig een moslim achter de toonbank staat.
 Kijk, en dat is nou precies waar ik heen wil. Hij voelt zich door mij aangesproken op het feit dat hij moslim is. En daar maakt hij terecht bezwaar tegen. Hij heeft een winkel waar de mensen hun boodschappen doen. Niet meer, niet minder.
Wat ik niet helemaal duidelijk kon maken was, dat mijn uitgangspunt precies hetzelfde is als het zijne.

Leermoment
Het bezoek aan het Olijven Plaza was een duidelijk leermoment. Met welke ogen kijk je tegen de problematiek aan (er even vanuitgaand dat we van een problematiek mogen spreken: de woorden die je gebruikt zijn vaak al zó beladen...). In het ene geval wordt meteen positief gereageerd: alles wat ondernomen wordt om de boel bij elkaar te brengen is goed. In het tweede geval is er veel reserve: alles wat je doet om de boel bij elkaar te brengen laat zien dat je uitgaat van verkeerde ideeën en uitgangspunten.
Ik denk ook dat hier een generatieverschil meespeelt. De jongere generatie moslims (Olijven Plaza) staat veel zelfverzekerder in de maatschappij en is het zat om aangesproken te worden op hun identiteit. Ze zijn immers Nederlanders.

donderdag 22 april 2010

Gebeurt er nog wat in Gouda?

Hè hè, we zijn van start! Onder te titel "Gebeurt er nog wat in Gouda" is het waterwolfproject de scheepshelling afgegleden. Het heeft wel lang geduurd voordat het schip vaarklaar was. Op 19 en 20 april waren de eerste inleidende dagen. Het gaat te ver om deze twee dagen hier samen te vatten, temeer daar er vaak een soort taalgebruik, jargon, gebezigd wordt, dat niet altijd even toegankelijk is. Enkele citaten: "We hebben een heldere visie op wat we gaan doen: media maken op een niet-journalistieke manier"; of deze: "Het werktraject van nu tot het najaar: opstart van een soort relatieproces, resulterend in dingen maken in onze organisatie".

Fasen
In het genoemde werktraject worden een vijftal fasen onderscheiden:
  1. Waarnemen:  werken we vanuit de instelling, of vanuit het publiek? Tussen instelling en publiek ligt de waarneming van wat  er gebeurt, of wat er niet gebeurt
  2. Selecteren: er is van alles waargenomen. Waar gaan we iets mee doen? Wanneer is voor ons iets interessant om mee verder te gaan?
  3. Verbinden met het verleden. De selectie uit (2) moeten we verbinden met het verleden
  4. Nieuwe verhalen. Kan de selectie uit (2) leiden tot nieuwe verhalen? Komt daaruit iets van een toekomstvisie?
  5. "Media". De uitkomsten van het werktraject worden neergelegd in iets dat valt onder de noemer "media". Dat kan van alles zijn: een krantje, een feest, iets digitaals.
Vanaf punt 5 kunnen we weer terugkoppelen naar punt 1.
Het thema en uitgangspunt is HOOP, dingen die in principe zouden kunnen.

Een en ander is behandeld/duidelijk gemaakt/geadstrueerd in een aantal lezingen van Tabo Goudswaard, Det de Beus en Joost van der Net. De teksten en/of samenvattingen daarvan zullen te lezen zijn op de site www.waterwolflab.nl, die gepresenteerd is door Willem van Vliet. Dat wordt het centrale punt waarop de informatie en de vorderingen te zien zullen zijn. Ik zal op die site een link naar deze blog maken, zodat men op deze manier op de hoogte kan blijven van mijn deelproject.

Gescheiden wegen
Vanaf dit punt scheidt mijn weg zich af van de andere wegen. Op dag één zijn er groepen ingedeeld, die elk hun eigen weg inslaan. Het spreekt vanzelf dat ik alleen op de hoogte ben van wat er in mijn/onze groep gebeurt. Onze groep bestaat (naast mij) uit Carina Blokzijl (museumgoudA), Hayat Ahassad (OB Gouda) en Carolyt Koops (OB Gouda). Janine Nolen (Groenehartarchieven locatie Alphen aan den Rijn) deed hier aanvankelijk nog aan mee, maar haar rol ligt verder niet in het vervolgtraject.

Onze groep staat onder leiding van Carla Mulder (van "Lange Poten"). Ieder van ons moest iets "biografisch" schrijven. Mijn verhaal ging over mijn twee passies: Middeleeuwse handschriften (= boeken die niet gedrukt zijn, maar met de hand geschreven) en Arabische kalligrafie. De eerste passie komt voort uit mijn opleiding en wetenschappelijke bijdragen daaraan. De tweede passie komt voort uit het urgente gevoel dat niet-moslim-Nederlandsers open moeten staan voor moslim-Nederlanders. Mijn adagium: "Integratie moet van twee kanten komen". Ik wordt/werd beschouwd als tolk tussen twee werelden (heden en verleden en oost en west). En hier komt al duidelijk het thema HOOP om de hoek kijken.

Op dag twee werd iedereen van de groep naar een projectonderwerp geleid, dat tamelijk dicht bij hun voorkeuren ligt. Carina gaat de website Goudabruist (http://goudabruist.ning.com) volgen. Wat gaat daar om? Wat houdt de mensen bezig? Hayat legt letterlijk haar oor te luisteren in het nieuwe "leescafé" Zoet en Zalig in de OB Gouda. Eveneens: wat gaat daar om, waar hebben de mensen het over...? Carolyt gaat informele muziekpodia volgen. Aankondigingen van muziekevenementen in Gouda die niet door de officiële media worden aangekondigd, maar via twitter of sms. En ik ga kijken waar de moslim-Nederlanders en niet-moslim-Nederlanders elkaar ontmoeten. Hoe en waar en waarom zij zich mengen. De keuze is gevallen op een aantal winkels van moslim-eigenaren, want dáár komen beide bevolkingsgroepen bij elkaar. Mijn belangrijkste vragen zullen natuurlijk zijn aan de niet-moslim-Nederlanders: Waarom kopen zij juist daar? Wat zijn hun beweegredenen? En mijn HOOP is dat ik voorbij de te verwachten goedbedoelde cultureel verantwoorde antwoorden kan komen, en uiteindelijk de mensen dichter bij elkaar kan brengen. En dat is mijn motto: "Ik wil de boel bij elkaar brengen".

donderdag 10 december 2009

De expertise van de massa: een analyse

We hebben even kunnen nadenken over wat er dinsdag gezegd is. We hebben het allemaal kunnen laten bezinken. Dan kom ik toch een probleem tegen: de notie die tegenwoordig hoe langer hoe meer opgeld doet: de "expertise van de massa". Dick Rijken kwam er mee in zijn kennisparadox. En Ton Korver verwoordde dat in de bekende raadopdracht (die ik in het bericht van dinsdag niet heb genoemd), waarbij je moet raden hoe zwaar een stier weegt (of hoeveel knikkers er in een fles zitten, hoe zwaar de kaas weegt, hoeveel volwassen mannen er in een lelijke eend passen, etc.). De individuele deelnemer zit er gegarandeerd naast, maar alle deelnemers bij elkaar komen, gemiddeld, op precies de goede uitkomst. Met andere woorden: als je maar heel veel mensen inschakelt, dan komt het juiste antwoord vanzelf bovendrijven. Mijn bezwaar hiertegen is, dat dit wel geldt voor simpele getalstatistiek. Je berekent hierbij het rekenkundig gemiddelde. De bijbehorende grafiek is die van de "normale verdeling", ook wel de "Gaussdistributie" of de "kromme van Gauss" genoemd. Hierbij ligt de top van de "massa" op het gemiddelde.














Maar stel nu eens. Je hebt een ernstige ziekte en moet diepgaand medisch worden onderzocht. Vraag je dan aan je huisarts: "zoek een zo groot mogelijk aantal willekeurige mensen bij elkaar en laat die groep de diagnose stellen." Of vraag je: "Wie is de beste specialist op dit terrein?" Het antwoord laat zich raden.
Wat ik hiermee zeggen wil: expertise, kennis en kunde kun je niet in een simpel rekenkundig gemiddelde uitdrukken. Slechts een fractie van de mensen weet zo veel over een bepaald onderwerp, dat die er een goed, zuiver oordeel over kan geven. De grafiek die bij dit soort fracties hoort, is niet die van een Gaussverdeling, maar het is een (tak van een) hyperbool.



Links de "massa" die er niets of weinig vanaf weet, rechts de kleine groep en enkelingen die behoren tot de experts en specialisten die er veel vanaf weten. En het gemiddelde, dat in de vorige grafiek de top vormt, ligt hier midden in de bocht.

De "expertise van de massa" is een simplificatie van de werkelijkheid, het is in wezen populistisch. Je kunt met die notie de maatschappij, de samenleving niet te lijf gaan. Die is daar veel te complex voor. Die bestaat niet uit cijfermatige gemiddelden. "De massa wil...", of "de massa vindt..." mag geen uitgangspunt zijn. Die massa staat links in de onderste grafiek. De massa weet te weinig van de bestrijding van de Mexicaanse griep om daar een oordeelkundige opvatting over te hebben.
Maar zelfs als er uit de massa een goed, nieuw idee, of een goede, nieuwe methode komt bovendrijven, is het nog altijd de expert die dat bepaalt: "Hé ja, zo kan het ook; nooit aan gedacht...!" Het is dus niet de massa die bepaalt of een idee of een methode goed is; dat blijft altijd de expert. Er kunnen wel enkelingen in die massa zijn, die met een goed idee komen, maar de expert kan beoordelen of dit inderdaad een goed idee is. Wij moeten proberen die enkelingen uit de massa te vinden.


dinsdag 8 december 2009

Start Buiten spelen

Vandaag was de eerste informatiebijeenkomst voor het nieuwe Buiten spelen. Achtereenvolgens kwamen Dick Rijken, Ton Korver en Else Rose Kuiper aan het woord, om het een en ander te betogen over het project. Ik zal proberen de verhalen een beetje samen te vatten, hoewel dat niet overal even goed zal gaan.

Dick Rijken (lector Informatietechnologie aan de Haagse Hogeschool)
Hij begon met een paradox, die er volgens mij op neerkomt dat kennis niet meer in betrekkelijk weinig handen van experts ligt, maar - doordat er nu veel mensen een opleiding genoten hebben en bovendien aangesloten zijn op het internet - de kennis van die vele mensen geconcentreerd is op het internet en er aldus kennis ontstaat die beter is dan die van de experts. Daar zou ik dan tegenin willen brengen, dat dat niet blijkt uit wat de mensen op internet gedaan hebben met de Mexicaanse griep. "Iedereen" wist ineens dat er de meest vreselijke dingen gingen gebeuren en dat er de verschrikkelijkste ingrediënten in het serum zouden zitten. Maar wat een onzin is dat. Hier blijkt dat de expertise van de massa (zie ook Ton Korver) alleen maar tot bangmakerij leidt. Men gelooft het allemaal. Bangmakerij is trouwens de aanleiding voor het Leitmotiv van deze Buiten spelen2.0. Het Leitmotiv is namelijk Hoop.

Je kunt in de kunst- en cultuurwereld drie soorten onderzoek onderscheiden:
1.- vormonderzoek: wat kun je met het medium
2.- contextonderzoek: waar kun je de gevonden vormen voor gebruiken?
3.- transformatie-onderzoek: wat is de wederzijdse relatie tussen een publieke instelling en de samenleving?

We gaan in dit waterwolfproject de samenleving opzoeken en vanuit gebeurtenissen (kernbegrip in dit project) die samenleving bij ons betrekken. Hoe verhouiden onze instellingen zich tot gebeurtenissen in de Goudse samenleving. Welke gebeurtenissen zouden historisch belangrijk  kunnen zijn? Kunnen we zelf gebeurtenissen organiseren?
Hierbij staat ons een aantal organisaties ten dienste: Patching Zone, Lange Poten en No Acadamy.

"De weg naar de uitkomst staat nog niet vast, maar wordt gaandeweg gevonden..."

Ton Korver (lector Human Resource Management aan de HH)
Waterwolf heeft veel te maken met het in beweging zetten van mensen: uit de samenleving naar de organisatie en omgekeerd. Het motto is: "bouw eerst een luchtkasteel, voordat je een kasteel bouwt." M.a.w.je moet eerst een beeld hebben, voordat je het model kunt vormen/realiseren.

Beelden zijn belangrijk. We hebben beelden van organisaties en daardoor ook modellen van die organisaties. Wat voor beelden van "Organisaties2.0" zijn er? Welke beelden passen het best bij onze organisatie? Wat voor managementbeeld hebben we bij "management2.0"? Altijd is de conclusie: Alles moet anders; "Iedereen is manager, niet alleen de toplaag van de organisatie". De traditionele organisatiestructuur is hiërarchisch. Het management is er niet voor om de organisatie in de vaart der volkeren op te stoten. Het management zorgt voor een hoger doel in de organisatie; het zorgt ervoor dat ideeën gerealiseerd kunnen worden.
Het management moet niet conflictontwijkend zijn (conformiteit, consensus en cohesie), maar zorg dragen dat afwijkende meningen ook aan bod komen, niet bang zijn voor conflictueuze situaties. Niet alle neuzen hoeven dezelfde kant op te wijzen, ook al staat dat leuk voor het bestuur van de organisaties. Er moet een "interne markt" voor ideeën zijn. De mensen moeten onafhankelijk van elkaar hun kennis beschikbaar kunnen stellen. De "wijsheid van de massa" uit de omgeving van de organisatie kan heel veel kennis samenbrengen en ter beschikking stellen en mobiliseren (zie echter mijn opmerking over de Mexicaanse griep bij Dick Rijken: je kunt op deze manier ook foute informatie mobiliseren).

Als organisatie verzamelen we geen collecties maar "sensoren". Hiermee wordt bedoeld: als archiefinstelling verzamelen we geen archivalia maar historisch geïnteresseerden; als museum verzamelen we geen objecten maar (kunst)verzamelaars en kunstenaars; als bibliotheek verzamelen we geen boeken maar lezers en schrijvers. Opmerking mijnerzijds is: als je geen collecties zou hebben, waar blijven dan de "sensoren" in het verhaal?

Beantwoord de stelling: "Voor mij zou het luchtkasteel lijken op..."

Else Rose Kuiper (projectmanager Buiten spelen)
De medewerkers die meedoen krijgen de ruimte om dingen te doen en al werkend denken ze na over wat er gebeurt en wat ze zouden willen doen. Er wordt wel een kader gegeven, maar je moet zelf de bijbehorende processen ontdekken. Je moet nadenken over nieuwe manieren van werken en dingen en methodes uitproberen.

Er worden in het begin verschillende projectgroepen opgericht met verschillende opdrachten. Doel is je waarneming op jezelf,op de organisatie en op de omgeving te verscherpen. Hoe doe je dat? En wat doe je met de gegevens die je krijgt?

In het voorjaar wordt hieraan een aantal maanden gewerkt; in het najaar is er tijd voor reflectie op wat we in het voorjaar gedaan hebben. Deze reflectie geeft dan weer stof om het daarop volgende voorjaar mee verder te gaan.


Nan van Schendel (directeur openbare bibliotheek Gouda)
Waarschuwt ten slotte, dat het Waterwolfproject ook veel hoofdpijn, frustratie, weerzin en moeite geeft.

donderdag 3 december 2009

Goudse canon

Gisteren was de officiële presentatie en "overhandiging" aan de gemeente van de Goudse canon in het stadhuis van Gouda. Het was een groot succes: de canon ziet er fantastisch uit. 40 Vensters over de geschiedenis van Gouda. Het wordt met recht (een van) de mooiste canon-websites van Nederland genoemd! Het was ook lekker druk, wat natuurlijk leuk is voor de mensen die ervoor gezorgd hebben dat de canon er kwam.

Inleidende woorden werden gesproken door Dolph. Blussé en Marian van der Veer, beiden van het Historisch Platform Gouda, het platform dat een leidend rol gespeeld heeft in de totstandkoming van de Goudse canon. Wethouder van onderwijs A. Menkveld heeft de canon in "ontvangst" genomen namens de stad Gouda. Natuurlijk kwam Goudanet ook nog een paar keer langs.

Naast deze canon voor volwassenen komt er ook nog een Goudse canon voor de (school)jeugd en een "echt" boek over de Goudse geschiedenis, eveneens voor de jeugd.

vrijdag 27 november 2009

Start

Ik ben deze blog begonnen om de wederwaardigheden van het nieuwe "Buiten spelen"-project van Waterwolf/SIA-RAAK te becommentariëren. Het vormt tevens onderdeel van het (leer)traject dat we gaan lopen.

Het eerste traject verliep nogal moeizaam. Er werden verwachtingen gewekt, die niet waargemaakt werden en de gang van zaken was vaak chaotisch. Het gevoel leefde, dat alles veel sneller en doelmatiger had gekund.

Dit wil niet zeggen dat alles zinloos was. Helemaal niet. Er zijn veel dingen aan de orde gekomen die voor een nieuwe visie, aanpak, werkwijze en zo zinvol geweest zijn. De uitkomst waaraan ik meegewerkt heb was Collecties2.0. Dit beoogde een project te worden waarin museumgoudA, het Streekarchief Midden-Holland en de openbare bibliotheek Gouda samenwerken om een website te starten waarin kennis over Gouds plateel bijeengebracht zou worden. Eén van de kerndoelen was om buitenstaanders (bijvoorbeeld vroegere fabrieksarbeiders en verzamelaars) bij elkaar te brengen en hun kennis en anecdotes te verzamelen. Dit zou gelardeerd worden met onder meer een determinatietabel voor Gouds plateel en een digitale kaartapplicatie waarop te zien zou zijn waar de fabrieken en fabriekjes stonden en/of waar plateelbakkers woonden. Foto's en filmpjes zouden aangeklikt kunnen worden om de vroegere toestand te laten zien.

Juist toen Collecties2.0 bezig was op te starten, hield om allerlei redenen het eerste Buiten Spelenproject op te bestaan. Het Gouds plateelproject is nu ondergebracht als een van de dossier plateel in Goudanet.

Maar er zijn nu financiële middelen voor een vervolgtraject van Buiten Spelen. Dat zal binnenkort van start gaan. Eén van de onderdelen van het traject is "23 Archiefdingen", waarmee archiefmedewerkers in contact gebracht worden met moderne IT-toepassingen, die voor ons in de organisatie van nut kunnen zijn om het publiek "van buiten naar binnen" te trekken. Deze blog past daar goed in.