dinsdag 15 juni 2010

We gaan dansen

Maandag 13 juni weer een bijeenkomst van "groep 1" gehad. De bedoeling was om te onderzoeken hoe we de  drie keuzen die we eerder gemaakt hebben (zorg en ervaren; identiteit en verbinden; bedrijven en  expressie) kunnen verbinden met BAM. Het is vooral een brainstormsessie geworden, waarin de ideeën en gedachten en opwellingen over tafel vlogen. Wat is bijvoorbeeld "expressie" bij bedrijven? Vallen daar ook reclame-uitingen onder? En sponsoring van kunst- en cultuuruitingen?

Ook kwam het inspelen op de actualiteit weer ter tafel. Hoe doen we dat als BAM. De parallel, die in een van de eerste sessies gemaakt werd, met de manier van werken bij redacties van radio en televisie werd weer getrokken. Hoe kunnen wij, net als tv- en radioredacties, snel en zinnig inspringen op de actualiteit. Dat betekent dat wij snel iets moeten kunnen organiseren, snel de juiste mensen moeten kunnen vinden die ons informatie kunnen verschaffen. Maar ook dat we op langere termijn diepgravender "reportages" moeten kunnen maken, die minder vluchtig zijn. We hebben besloten dat wij als groep een dergelijke redactie vormen en we hebben Hennie de Koogel als hoofdredacteur "benoemd". Hoe dit zich verder gaat ontwikkelen zal de toekomst leren.

Ruth kwam met het idee om als verbindend thema "Dans" te nemen. Voor alle drie de keuzecombinaties hebben we een soort mindmap bij elkaar gebrainstormd, waarin "Dans en Gouda" het centrale uitgangspunt is (zie afbeelding; klik op de afbeelding om te vergroten).






Voor de volgende week kiest ieder van ons uit elk van de drie keuzecombinaties twee items die hem/haar het meest aanspreken en dan gaan we daar mee verder. We moeten daarbij wel in het achterhoofd houden dat het Leitmotiv "Hoop" ook mee moet spelen.

dinsdag 8 juni 2010

Waterwolfwaarnemingen

Hoe gaat het tot nu toe? Tijd voor een paar waarnemingen hierover.

Een belangrijk gegeven, waar eigenlijk geen of nauwelijks aandacht aan besteed wordt, is het feit dat er in "ons vak" in de loop der tijd (eeuwen in sommige gevallen) een modus operandi ontstaan is, waarin er een balans bestaat tussen werkmethode en "output". Deze balans is een werkmethode die - aldus uitgevoerd - het meest economisch en werkbaar is. Het op deze wijze werken geeft de beste resultaten voor dit werk tegen de minste belemmeringen. Veranderingen in die werkwijze betekent dan automatisch kwaliteitsverlies in het werk of in de uitvoering. Door deze in de praktijk ontstane optimale werkwijze te herorganiseren door middel van modellen-op-papier die komen vanuit een management- of stuurlaag die geen zicht heeft op die onstane maximalisering, ontstaat er alleen maar wanorde.

Een tweede punt is: in het "echte leven" worden veranderingen aangestuurd van onderaf en van binnenuit. Al in de Middeleeuwen werden (stads)privileges niet zomaar gegeven door de landsheer. Van bovenaf opgelegde veranderingen geven alleen maar wrijving. Nee, er was in de samenleving een situatie ontstaan, die achteraf door de landsheer bevestigd en gelegaliseerd werd door het verlenen van privileges. Daar staat dan wel weer tegenover dat de landsheer een beroep op zijn onderdanen kon doen in tijden van oorlog bijvoorbeeld: voor wat hoort wat. Het was een precair evenwicht waarbij de landsheer niet kon zonder zijn onderdanen en de onderdanen niet konden zonder de bescherming door de landsheer.

Hetzelfde zien we in de huidige maatschappij: (nieuwe) wetgeving vertolkt al langer bestaande gevoelens in de maatschappij. Bijvoorbeeld, in de huidige maatschappij is de teneur die van de roep om zwaardere straffen, ook voor lichte vergrijpen, kwajongens als criminelen bestempelen enz. En de wetgevende macht volgt daarin door de wetten en regelgeving strenger te maken. De wetgever legaliseert dus achteraf een nieuw ontstane situatie.

Dit geldt ook in kleinere organisaties: blijvende veranderingen worden aangestuurd van onderaf en van binnenuit. Van buiten en van boven opgelegde veranderingen zullen geen lang leven beschoren zijn. Er ontstaat wrijving in de organisatie en er wordt gemord.
In dit Waterwolfproject wordt geprobeerd om de veranderingen van onderaf en van binnenuit kunstmatig te bewerkstelligen: als de werknemers deze nieuwe werkmethode aanvaarden, dan ontstaat het "nieuwe werken" (een term met allerlei negatieve associaties) automatisch. Op zich is dit slim, want dan zouden de veranderingen inderdaad van binnenuit en van onderaf komen.

Maar zal het zo gaan? Het is de bedoeling dat het "nieuwe werken" geen extra tijd in beslag gaat nemen. Dat het soepel "instroomt" als nieuwe werkwijze. Maar dat zal niet lukken. Want het lijkt dat de veranderingen van binnenuit en van onderaf komen, maar dat is schijn. De feitelijke situatie is precies andersom.

Kortom. Veel van het werk zal op de oude vertrouwde manier blijven gebeuren, omdat dat nu eenmaal de beste, de optimale methode is. Nieuwe aandachtspunten kunnen eventueel volgens nieuwe methoden opgezet worden, maar dat betekent wel dat die náást en bovenop het oude werk moeten gebeuren. Zo zullen ideeën die ik heb over BAM-projecten en -projectjes in de Goudse moslimgemeenschap niet direct binnen mijn werk als beheerder van de bibliotheek en de cartografische collecties passen. Hoewel er in de toekomst wellicht de vruchten van geplukt kunnen worden. Maar het primaire werk van beheer van de bibliotheek en de kaartencollecties zal op de oude manier blijven gebeuren. Misschien dat hier en daar het een en ander geautomatiseerd kan worden, maar de basis blijft onveranderd. Overigens passen deze projecten en projectjes weer wel veel beter in een organisatie waarin de medewerkers multifunctioneel inzetbaar zijn!

Zorg en ervaren. - Wereldfestival. - Yurt. - Selectiecriterium

Weer eens tijd vrijmaken voor de blog. Het is er even niet van gekomen, omdat andere zaken meer prioriteit hadden.


Zorg en ervaren
Sinds mijn laatste post hebben we overigens niet stil gezeten. Ons groepje heeft wel degelijk "waargenomen". Uitgaande van de combinatie "Zorg" - "Ervaren" (zie hiervoor de vorige post), zijn we gezamenlijk naar Reakt geweest, op de Hoge Gouwe 65. Reakt is een instelling voor sociaal-psychiatrische zorg die diverse andere instellingen voor dagbesteding en arbeidsrehabilitatie huisvest. We hebben daar heel wat informatie gekregen over de organisatie en wat ze doen om mensen met een psychiatrische handicap weer in de maatschappij te laten functioneren. Het was onze bedoeling om proberen uit te zoeken of BAM iets zou kunnen betekenen voor de instelling. Maar men bleef steken in het mantra: we zoeken stageplaatsen voor onze cliënten, of tentoonstellingsruimte voor hun artistieke producten.
Van een nieuwe en vernieuwende insteek is op dit moment nog geen sprake. Misschien komt dat nog...

Wereldfestival
Mijn persoonlijke waarnemingen, die ik in het Waterwolfkader doe, mag ik ook niet vergeten. Ik houd natuurlijk steeds "mijn" waarnemingsoogpunten (identiteit en verbinden) in het achterhoofd. Via Carina heb ik vernomen dat het SOG (= Stichting Ontwikkelingssamenwerking Gouda) bezig is met het organiseren van een Wereldfestival in Gouda. Dat vindt toevallig plaats op Open Monumentendag (11 september), een dag waarop het streekarchief toch al activiteiten heeft. Het museum en de openbare bibliotheek hadden hun tuin/plein al ter beschikking gesteld voor activiteiten van het festival. Verder komen er kraampjes op het stuk Achter de Kerk vanaf het museum tot de Spieringstraat. Het leek mij wel een goed idee om het festival uit te breiden naar het plein van het streekarchief.
Contact met de organisatie was gauw gelegd en het ziet er naar uit dat het wel gaat lukken om ook iets op het archiefplein te doen. Het is trouwens ook de dag waarop de Jeruzalemkapel opengesteld wordt voor het publiek, dus we slaan dan heel wat vliegen in één klap.

Yurt
De Hofstedendagen (5 en 6 juni) heb ik ook gebruikt om waar te nemen (althans één Hofstedendag: 6 juni). Dit jaar stond er voor het eerst een yurt (een Turks-Mongoolse nomadentent), waarin Turkse vrouwen brood zaten te bakken. Ik heb contact gelegd met de voorzitter van de organisatie die de yurt geregeld heeft, Aydemir Çetin. Hij is voorzitter van de Allochtonen Advies Raad. Ik heb hem verteld over het idee van een wereldfestival en hij wil daar graag aan meewerken.
Mijn eerste idee was meteen: zo’n yurt op het plein bij het streekarchief zou leuk zijn.
Ik ontmoette hier ook de heer Abdellah Laaguilli, die ik al via andere kanalen ken als vertegenwoordiger van de Marokkaanse gemeenschap. En ook hij wil graag meedoen met het Wereldfestival.

Selectiecriterium
Dit alles gaf mij een belangrijk selectiecriterium aan, om de gebeurtenissen die we nader willen "ontmoeten" te selecteren. Het is een criterium "ad negationem": wat hebben wij als organisatie(s) niet; wat zijn onze witte plekken, onze leemtes. En kunnen wij die leemtes en witte plekken vullen, zó dat toekomstige generaties daar iets aan hebben. Dus niet blijven hangen in het verleden, of het heden, maar vanuit het heden werken naar toekomstige wensen.

vrijdag 28 mei 2010

Ideeën

Donderdag 27 mei waren Carina, Hayat en Jan Willem weer even bij elkaar om nog wat te brainstormen over wat we verder willen doen. De anderen van onze groep waren afwezig door vakantie of ziekte.

We hebben geprobeerd om manieren te vinden om onze (= BAM) rol in de samenleving te verduidelijken. Uitgaande van het eerste rijtje (zie hiervoor mijn post van 21 mei), gecombineerd met een term uit het tweede rijtje, moeten wij bijvoorbeeld presentatievormen vinden om het publiek bij onze organisaties te betrekken.

We zijn uitgekomen op drie combinaties:

1. "Vervoer" en "Ervaren" (kijken e.d.): hoe kan BAM zich presenteren in het openbaar vervoer.  Daar zijn twee ideeën uit voortgekomen:
    a. Beeldschermen in het openbaar vervoer waarop BAM zich op allerlei manieren kan presenteren (foto's die de actualiteit raken; aankondigingen van tentoonstellingen, lezingen etc.; oproepjes voor informatie...)
    b. Een leegstaande ruimte op het station vullen met expositiemateriaal.

2. "Verbinden" en "Identiteit": hoe kunnen we verschillende inwonersgroepen met elkaar in contact brengen. Ook hier zijn twee ideeën uit voortgekomen:
    a. allochtone Gouwenaars laten vertellen over herinneringen aan hun geboorteland die zij in concreto thuis hebben staan (dat kan van alles zijn: een vaasje, een "salon", foto's...). Met en van deze herinneringen is dan een expo of een presentatie o.i.d. te maken.
    b. Meedoen met het Wereldfestival dat dit jaar voor het eerst in Gouda georganiseerd wordt. Die valt samen met Open Monumentendag (11 september), waarop onze instellingen toch al actief zijn.

3. "Bedrijven" en "Expressie" (= produceren/bewerken): de centrale vraag is hier: hoe kunnen we sponsorgeld van bedrijven losmaken door bijv. naamsbekendheid te genereren.
    Het idee is hier om BAM-activiteiten te organiseren in bijv. wachtruimten van die bedrijven. Dat kan weer van alles zijn: van tentoonstellinkjes tot video-presentaties.
   
Maandag gaan we bekijken of we hiermee verder kunnen.

donderdag 27 mei 2010

Troetelautochtoon

Onlangs ben ik geïnterviewd voor de Turkse krant Zaman, voor de Benelux-editie. In de papieren versie van de krant is het een hele pagina geworden. De internetversie mist een mooie grote foto van Jan Willem aan het werk. Maar het is toch een leuk artikel geworden. Toch...?

vrijdag 21 mei 2010

De tekentafel

Maandag 17 mei was er weer een plenaire bijeenkomst. Ik ben nu pas in de gelegenheid om daar een kort en summier verslagje van te doen: ik heb nog andere werkzaamheden.

Helaas kon het onderdeel "Open vragen stellen" en andere interviewtechnieken door Ties van der Meer, gepland voor het middagprogramma, niet doorgaan, omdat hij door de IJslandse aswolken belemmerd werd. Het middagprogramma is dus aangepast.

's Morgens heeft iedereen een samenvatting gegeven van de diverse "waarneem"-opdrachten. Eén en ander is te zien op de Waterwolflab-website en in deze blog.
Na deze ronde ging het verder met de "theorie". Heel in het kort komt het er op neer, dat we de rol van onze organisaties in de samenleving opnieuw moeten bekijken. Dit is des te meer belangrijk, omdat er bezuinigingen doorgevoerd moeten worden. Door het vinden van een nieuwe aanpak en van nieuwe wegen kunnen wij misschien de bezuinigingen voor zijn: de aanval is de beste verdediging.

De |betekenis| van wat wij doen ("waar dient het allemaal voor", "wat is onze visie") en de |inrichting| (de fysieke structuren van en in de organisatie - gebouwen, netwerk etc.) gaan we via een zes-stappenplan, door middel van |"media"| (alles wat gemaakt wordt aan uitingen) te lijf. Als de |betekenis| duidelijk geformuleerd is en de |inrichting| goed is, dan volgen de |"media"| vanzelf...

We hebben nu fase 1 (waarnemen) achter de rug en gaan nu over naar fase 2 (selecteren).
Uitgangspunt is: wij (= BAM) zijn culturele instellingen in de stad. Wij moeten een visie (= plaats die de organisatie in de samenleving wil innemen) formuleren aan de hand van criteria m.b.t. "cultuur", respectievelijk "stad".

Cultuur = leren; Bildung; verheffing; expressie; kijken; reflectie; verbinding; vermaak; onderscheiden; verhalen.
Stad = burgers; bedrijven; uitgaan; toerisme; identiteit; sport; vervoer; zorg; politiek; ruimte/landschap; (regionale) functie.

Vraag is nu hoe je de dingen van het eerste rijtje kunt combineren met zaken uit het tweede rijtje. Hoe kunnen onze instellingen daarmee omgaan?
Formuleer een visie uit de oude waarnemingen en de nieuwe waarnemingen. Gecombineerd met "praktische overwegingen" kom je tot criteria, waarmee je uit de waarnemingen een selectie maakt. Het resultaat zijn "Veelbelovende Waarnemingen", waar we verder mee kunnen. Nou, ga er maar aanstaan. Dit is de theorie, maar de praktijk is natuurlijk weerbarstiger dan de tekentafel.

dinsdag 18 mei 2010

Prijsvraag 2

Zeg ken jij de mosselman?



















De eerste die via deze blog het juiste antwoord geeft, krijgt een prijsje. Die prijs bestaat uit een product uit een van de winkels die ik bezocht heb. Succes!

Oplossing van de prijsvraag

Tijd voor de oplossing van de prijsvraag van 3 mei.De vraag was, wat is er verkeerd aan de foto van de Mallemolen.
Het ligt wat ingewikkeld, maar het heeft te maken met de stand van de wieken. De molenaar kan (kon) door middel van de stand van de wieken bepaalde boodschappen kenbaar maken. Er worden een zestal standen onderscheiden (zie afbeelding).


1. Vreugdestand
Als de molenaar een blijde gebeurtenis kenbaar wil maken (bijv. een geboorte) zet hij de wieken in de "vreugdestand". In de vreugdestand staan de wieken niet helemaal in het midden, maar iets naar links.

2. Rouwstand
Als er iemand uit de familie is overleden laat de molenaar de rouwstand zien. De wieken staan niet helemaal in het midden, maar iets naar rechts.

3. Korte ruststand
Soms werkt de molenaar een paar dagen niet. Dan houdt hij rust. De molenaar wil dan de mensen laten zien dat hij rust houdt. Dan zet hij de molen in de korte ruststand neer.
De wieken staan dan helemaal recht. Je ziet één wiek in het midden. De wieken lijken nu net op een +.

4. Lange ruststand
Als de molenaar een paar weken niet werkt heeft hij heel lang rust. De wieken staan dan schuin. De wieken lijken nu net op een x.

5. Spoedstand
Soms gebeurt er iets ergs in de buurt van een molen. Bijvoorbeeld een heel grote brand. Dan moesten de mensen heel snel komen. Om elke wiek werd een doek gedaan. Dan is de molen beter zichtbaar.

6. Feeststand
Deze stand zie je niet overal in Nederland. Bij bijzondere feesten wordt de molen versierd. Bijvoorbeeld bij een bruiloft. Dit doet de molenaar door de wieken te versieren met vlaggetjes.


Zoals je ziet, staat de Mallemolen in de "korte ruststand". Maar in deze stand staat de molen al heel lang en het zal nog wel even duren voordat die verandert. De wieken zouden eigenlijk in stand 4 (de "lange ruststand") moeten staan. Opmerkelijk is, dat je tegenwoordig heel vaak molens die voor lange tijd niet in gebruik zijn in de korte ruststand ziet staan. De molentaal wordt blijkbaar niet meer verstaan.

Helaas wist geen van de inzenders de oplossing. De prijs blijft staan.

dinsdag 11 mei 2010

RSS-feeds vanuit de samenleving

Het was een nuttige bijeenkomst vandaag (10 mei). Alles is eens op een rijtje gezet en er is (aan het eind van de bijeenkomst, maar ik vermeld het hier) meer duidelijkheid verschaft. De vaagheid waarover ik klaagde hoort bij het proces en is onvermijdelijk. Als het goed is, komt er later structuur in het geheel. Het feit dat er op mijn blog gereageerd wordt door de "leiding" bewijst het nut van deze blog.

Nog even vermelden dat ik getracteerd heb op Marokkaanse koekjes, die ik afgelopen vrijdag gekocht heb bij de Olijven Plaza. En wat ik al vermoedde: voor velen was het hun eerste kennismaking met deze lekkernij. Het zou mooi zijn als dit mensen zou aanmoedigen om zèlf eens een Marokkaanse of Turkse winkel binnen te stappen om eens wat te kopen. Het zou bijvoorbeeld op verjaardagen een leuke afwisseling zijn, om eens geen roomsoezen, vlaaien, of slagroomtaartjes te presenteren! Toevallig had Carolyt zelfgemaakte cakejes meegenomen, omdat ze jarig geweest was. Deze bijeenkomst was dus ook voor de inwendige mens uitermate geslaagd.

We begonnen met een verslagrondje, waarin iedereen kort vertelde wat hij of zij de afgelopen week waargenomen had. Wat viel op? En zo.
Ik heb verteld wat ik in mijn vorige post vermeld heb. En dat er maar twee mensen gereageerd hebben op mijn prijsvraag (inmiddels drie). En dat geen van de twee (drie) antwoorden goed is. De reden voor die prijsvraag is, dat ik hoop dat mensen gaan regaeren op mijn blog. Ruth suggereerde (met een verwijzing naar Museum Boerhaave) dat zoiets misschien aanslaat als je er een terugkerend item van maakt. Zeker iets om te onthouden.

Verder heb ik mijn waarnemingen aangevuld met mijn belevenissen op zaterdag, tijdens kalligrafieles. Daar moet ik hier nog wat verder over uitweiden. Ik heb geprobeerd of ik via mijn docent toegang kon krijgen tot Turkse Gouwenaars. Maar hij kent eigenlijk niet zoveel Turkse Gouwenaars (hij woont zelf in Rotterdam, waar de kalligrafielessen ook zijn). De Turkse gemeenschap is erg klein in Gouda. Maar hij wil mij wel in contact brengen met de Stichting Islam en Dialoog. Wellicht kunnen zij mij verder helpen...?
 

boven: mijn docent Mehmet Killeci (in het midden) met zijn Iraanse vriend (ook kalligraaf)



onder: JW aan het schrijven


















Ik wordt door mijn docent als een soort troetelautochtoon beschouwd en dat levert me dat af en toe presentjes op. Dit keer heb ik van hem een boekje gekregen over Roemi, een 13e-eeuwse islamitische mysticus en filosoof van de tolerantie (een soort islamitische Erasmus dus). Het was een Nederlandstalig boekje en dat bracht mij tot observaties over het taalgebruik van in het Nederlands vertaalde teksten van islamitische origine (niet zo'n mooie omschrijving, maar je begrijpt wat ik bedoel). Het is doorgaans in een heel stroef en moeizaam Nederlands gesteld. Het is een soort Nederlands dat een Nederlander nooit zou schrijven. Het heeft waarschijnlijk enerzijds te maken met de redeneertrant, waaraan men in "het Westen" niet gewend is, maar ook met het feit dat het geschreven is door een niet-native speaker. Je komt het ook tegen in "multiculti-tijdschriften", vooral van niet-Nederlandse origine. Maar of deze observatie van nut zal zijn...? Ik weet het niet.

Hoe gaan we nu verder?
Wat we moeten bereiken is dat wij naar "buiten" gaan, naar de mensen en dat de mensen naar ons toekomen. Halverwege ontmoeten we elkaar en vindt interactie plaats. Daar komen we te weten wat mensen bezighoudt en hoe we daar als instelling op kunnen inspelen.
En dat is het "huiswerk" voor volgende week: hoe komen we eracher wat mensen bezighoudt? En hoe maken we die informatiestroom/-stromen structureel? We moeten als het ware op zoek naar een soort RSS-feeds vanuit de samenleving.
Kom met minstens twee "gebeurtenissen" waarmee men verder zou kunnen gaan. Ik heb daar wel een idee over, maar dat vertel ik later...
Ook komen ondervragings- en interviewtechnieken aan de orde. Nuttig!!

vrijdag 7 mei 2010

Even een boodschap gedaan

In de Lange Groenendaal zit sinds kort (2 maanden) een nieuwe Marokkaanse winkel. Het aanbod daar is nogal gemengd: huishoudelijke artikelen, partijhandel, droge etenswaren, zoals rijst. couscous, noten, maar ook thee en kruiden. De winkel heet AoA, hetgeen staat voor "AllesopAfstand". Ze hebben ook een website (www.allesopafstand.nl), maar die is nog in opbouw.
Ik ben daar woensdag even binnengelopen en een praatje gemaakt met de man achter de toonbank. Die vertelde dat de zaak best liep en dat er steeds meer klanten naar binnen komen, vooral door mond-tot-mondreclame. Ik heb toen niets gekocht. Maar donderdag ben ik er weer naartoe gegaan en heb een zak gerooserde en gezouten gepofte maïs gekocht. Toen stonden er twee meiden achter de toonbank.
Maar echt druk was het er niet. Beide keren was er maar één andere klant in de winkel, die niets kocht. Het aanbod is ook veel meer gericht op mensen met een Marokkaanse achtergrond: dozen met zes theeglazen met van die gouden randen, peervormige, zilverkleurige theepotten en divers ongeregeld goed.
Maar we geven ze een kans...




Op vrijdag ben ik weer naar de Olijven Plaza geweest. Nu stond hier ook een jonge vrouw achter de toonbank. Ook hier heb ik wat eetbaars gekocht, en gevraagd of de concurrentie niet groot werd met al die vergelijkbare winkels in de buurt. Nou, dat viel wel mee, want zij zijn vooral gespecialiseerd in olijven. Ik kreeg trouwens de indruk dat ze het wel leuk vond, die internationale uitstraling die die hoek van de stad krijgt. Er zitten nu Marokkanen, Turken, een Iraniër, iemand van de Balkan en waarschijnlijk nog wat nationaliteiten waar ik geen weet van heb.

Heb ik nog wat geobserveerd? Ja: de inrichting van deze winkels wijkt af van winkels van niet-Moslims. Ze is veel eenvoudiger, met gewone schappen langs de muren. Veeleer brede planken, dan die officiële mooi afgewerkte winkel-inrichtingschappen.

Tot zover. Later meer

maandag 3 mei 2010

Prijsvraag

Als je goed waarneemt, klopt hier iets niet. Maar wat?
Ik verbind hier een prijsvraag aan. De eerste die via deze blog het juiste antwoord geeft, krijgt een prijsje. Die prijs bestaat uit een product uit een van de winkels die ik bezocht heb.

Vandaag weer een groepsbijeenkomst. Zoals gezegd in mijn post van 27 april, moesten we om 10.00 u verzamelen bij/in de Praxis.Want we moesten gaan waarnemen buiten ons vertrouwde gebied.

Ik heb deze bijeenkomst niet zo positief ervaren. Er zit geen structuur in. Het wordt weer precies zoals de vorige keer. Vaagheid troef. Je wordt toegesproken als een klein kind, terwijl we allemaal volwassen mensen zijn. Is het echt zo opvallend dat er ook in de Praxis branchevreemde artikelen verkocht worden? Hoe breed of hoe smal kun je de Praxisbranche maken? Of nog erger: waarom moeten wij de sociale status van bewoners van bepaalde woningen aflezen aan wat er in de vensterbank staat? Vooral de richtingloosheid van deze groepsbijeenkomsten is storend.

Maar goed. Ik heb om me heen gekeken en ik heb foto's gemaakt van wat me opviel.



















Botsing tussen oud en nieuw


















Klompen bij de Praxis


Op naar de Mallemolen





Het was vooral nat en koud, zodat we maar eerder opgehouden zijn. Het was ook allemaal niet zo inspirerend. We zijn teruggegaan naar de bibliotheek en hebben daar nog wat nagepraat. Allen hadden een beetje het gevoel dat het niet goed liep. Dat de toon en de aanpak niet optimaal zijn. En dat de terugkoppeling naar het werk onduidelijk is. Het algemene gevoelen is, dat iedereen het liefst met zijn of haar opdracht verder gaat en dat hetgeen we in die groepsbijeenkomsten zouden moeten leren daarin geïncorporeerd zou zijn. Volgende week maandag verzamelen op het archief. Intussen nadenken over gebeurtenissen en hoe je dat kunt koppelen aan je eigen werk.

Natuurlijk is het een leerproces. En ik probeer er zeker wat van te maken. De wil is er wel. Maar ik heb het allemaal al eens meegemaakt en je zou hopen dat het voor de "leiding" ook een leerproces geweest zou zijn. Maar veel verschil met de vorige keer heb ik nog niet kunnen ontdekken. Nog steeds dezelfde aanpak, nog steeds dezelfde methode, nog steeds dezelfde frustraties.

Waarnemen op Koninginnedag

Waar kun je de vermenging van culturen beter observeren dan op de vrijmarkt op Koninginnedag? Dus  vrijdag,  toen het 's middags droog was, naar de Raam gegaan om te kijken. Er gebeurde inderdaad van alles. Ik heb natuurlijk speciaal gelet op moslim-Nederlanders en ben een paar leuke situaties tegengekomen. Al slenterend over de markt zag ik een paar moeders hoogblonde poppen kopen voor hun dochtertjes.




Het mooiste moment vond even later plaats. Op een kleedje, dat beheerd werd door een jong Marokkaans gezin, stond zowaar een kunstkerstboompje! Als dat geen vermenging van culturen is...! Moeder en kind wilden wel achter het kerstboompje poseren. De moeder ging achter het boompje hurken en ik wilde een foto maken. Maar net toen ik wilde afdrukken ging de baby huilen en stond de moeder op. Daardoor is de bovenhelft afgevallen. We moeten dus niet denken dat de moeder haar gezicht niet op de foto wilde. Het was alleen een toevallige samenloop van omstandigheden. Maar zo zie je ook dat een misinterpretatie van de foto gemakkelijk gemaakt is.


In een Marokkaanse supermarkt aan de Raam hadden alle medewerkers een oranje pet op. Het is tenslotte ook hun koningin die Koninginnedag vierde.


































Natuurlijk heb ik zelf ook nog wat gekocht. En in het kader van de opdracht vond ik een passende aankoop: een prachtige kitsch-klok van goudkleurig plastik met in reliëf de moskeeën van Mekka (rechts) en Medina (links). En hij kostte maar 2 euro! Ik heb hem thuis even aan de muur gehangen, maar hij is daar niet gebleven...




dinsdag 27 april 2010

Ik geef de hoop niet op

Maandag zijn we weer verder gegaan, met een groepsbijeenkomst in de bibliotheek, onder leiding van Willem van Vliet. Kernwoorden waren natuurlijk weer "waarnemen" en "gebeurtenis".

Wat opvalt is het hoge vaagheidsgehalte, waarbij ik het gevoel krijg dat dat door de "leiding" zo gestuurd wordt. Vooral niet zeggen wat de bedoeling is. Laat een vaag begrip of idee vallen en kijk hoe daarop gereageerd wordt. Het is een concept dat niet echt economisch is: je investeert heel veel (te veel?) tijd in te weinig voortgang. (Ook een groot bezwaar bij de vorige Waterwolf; zie de eerste post hieronder: "Start".) In de dagelijkse praktijk is dat geen pluspunt.

Verder is er die ochtend gerecapituleerd wat er door iedereen gedaan is. En 's middags ben ik weer op winkeltjesjacht gegaan. Hayat is met me meegegaan. Ik dacht, dat zal toch schelen; dat zal het ijs toch wel breken...! Maar nee, vandaag alleen maar teleurstellende resultaten. Niemand van de drie winkels die we bezocht hebben wilde meedoen. De Iraniër en de Turk in de Lange Groenendaal niet, en ook de Marokkaanse supermarkt op de hoek van de Raam en de Vlamingstraat was negatief. Allemaal hadden ze zo'n beetje het idee dat een onderzoekje naar hun klandizie juist stigmatiserend is, en verschillen benadrukt, in plaats van ze oplost. Ja, ik begrijp het wel; ik zou prezies zo reageren, denk ik.
Kortom: er was vandaag niets te zien. Wat op zich ook een goede waarneming is.

Toch zou ik het jammer vinden om het idee te laten varen. Ik zal moeten overgaan op een andere strategie. Het beste is om gewoon klant in die winkels te worden en dan - terwijl ik een boodchap doe - observeren (je zou ook kunnen zeggen: "waarnemen"), wat er zoal voor interacties zijn. De eerste vragen kan ik dan aan mezelf stellen. Het maken van foto's schiet er dan wel bij in.

De volgende bijeenkomst is bij de Mallemolen, want we moeten dan gaan waarnemen buiten het vertrouwde gebied. Verzamelen bij de Praxis!!!

vrijdag 23 april 2010

El Hassouni, het Olijven Plaza en een leermoment

Gister was het zo ver. Ik heb de eerste winkeltjes bezocht, met als doel toestemming te krijgen om af en toe wat mensen in hun winkeltjes te ondervragen.

El Hassouni
Mijn eerste gang was naar de supermarkt El Hassouni in de Wilhelminastraat 27. Daar heb ik uitgelegd dat we met een project bezig zijn om verschillende Goudse bevolkingsgroepen (met name moslim-Gouwenaars en niet-moslim-Gouwenaars) bij elkaar te brengen. En dat we ervoor gekozen hebben uit te gaan van winkels die gerund worden door moslims, omdat juist daar de beide bevolkingsgroepen elkaar tegenkomen.
De heer El Hassouni was direct bereid om daaraan mee te werken; hij stond erg postief tegenover het idee. Het eerste contact was gelegd...!

















De heer El Hassouni in zijn zaak


Olijven Plaza
Vol optimisme ging ik vervolgens naar het Olijven Plaza in de Korte Groenendaal 8.  Hier ontspon zich een interessante discussie. De jonge verkoper (niet de eigenaar) beargumenteerde dat op deze manier toch weer onderscheid gemaakt wordt tussen moslims en niet-moslims, terwijl dat onderscheid helemaal niet gemaakt moet worden. Hij stond er ook op dat het Olijven Plaza niet het label moslimwinkel zou krijgen. Zijn (ik zeg toch maar "zijn", ook al is hij niet de eigenaar) winkel is voor iedereen, en iedereen stapt naar binnen voor wat er in de winkel verkocht wordt, niet omdat er toevallig een moslim achter de toonbank staat.
 Kijk, en dat is nou precies waar ik heen wil. Hij voelt zich door mij aangesproken op het feit dat hij moslim is. En daar maakt hij terecht bezwaar tegen. Hij heeft een winkel waar de mensen hun boodschappen doen. Niet meer, niet minder.
Wat ik niet helemaal duidelijk kon maken was, dat mijn uitgangspunt precies hetzelfde is als het zijne.

Leermoment
Het bezoek aan het Olijven Plaza was een duidelijk leermoment. Met welke ogen kijk je tegen de problematiek aan (er even vanuitgaand dat we van een problematiek mogen spreken: de woorden die je gebruikt zijn vaak al zó beladen...). In het ene geval wordt meteen positief gereageerd: alles wat ondernomen wordt om de boel bij elkaar te brengen is goed. In het tweede geval is er veel reserve: alles wat je doet om de boel bij elkaar te brengen laat zien dat je uitgaat van verkeerde ideeën en uitgangspunten.
Ik denk ook dat hier een generatieverschil meespeelt. De jongere generatie moslims (Olijven Plaza) staat veel zelfverzekerder in de maatschappij en is het zat om aangesproken te worden op hun identiteit. Ze zijn immers Nederlanders.

donderdag 22 april 2010

Gebeurt er nog wat in Gouda?

Hè hè, we zijn van start! Onder te titel "Gebeurt er nog wat in Gouda" is het waterwolfproject de scheepshelling afgegleden. Het heeft wel lang geduurd voordat het schip vaarklaar was. Op 19 en 20 april waren de eerste inleidende dagen. Het gaat te ver om deze twee dagen hier samen te vatten, temeer daar er vaak een soort taalgebruik, jargon, gebezigd wordt, dat niet altijd even toegankelijk is. Enkele citaten: "We hebben een heldere visie op wat we gaan doen: media maken op een niet-journalistieke manier"; of deze: "Het werktraject van nu tot het najaar: opstart van een soort relatieproces, resulterend in dingen maken in onze organisatie".

Fasen
In het genoemde werktraject worden een vijftal fasen onderscheiden:
  1. Waarnemen:  werken we vanuit de instelling, of vanuit het publiek? Tussen instelling en publiek ligt de waarneming van wat  er gebeurt, of wat er niet gebeurt
  2. Selecteren: er is van alles waargenomen. Waar gaan we iets mee doen? Wanneer is voor ons iets interessant om mee verder te gaan?
  3. Verbinden met het verleden. De selectie uit (2) moeten we verbinden met het verleden
  4. Nieuwe verhalen. Kan de selectie uit (2) leiden tot nieuwe verhalen? Komt daaruit iets van een toekomstvisie?
  5. "Media". De uitkomsten van het werktraject worden neergelegd in iets dat valt onder de noemer "media". Dat kan van alles zijn: een krantje, een feest, iets digitaals.
Vanaf punt 5 kunnen we weer terugkoppelen naar punt 1.
Het thema en uitgangspunt is HOOP, dingen die in principe zouden kunnen.

Een en ander is behandeld/duidelijk gemaakt/geadstrueerd in een aantal lezingen van Tabo Goudswaard, Det de Beus en Joost van der Net. De teksten en/of samenvattingen daarvan zullen te lezen zijn op de site www.waterwolflab.nl, die gepresenteerd is door Willem van Vliet. Dat wordt het centrale punt waarop de informatie en de vorderingen te zien zullen zijn. Ik zal op die site een link naar deze blog maken, zodat men op deze manier op de hoogte kan blijven van mijn deelproject.

Gescheiden wegen
Vanaf dit punt scheidt mijn weg zich af van de andere wegen. Op dag één zijn er groepen ingedeeld, die elk hun eigen weg inslaan. Het spreekt vanzelf dat ik alleen op de hoogte ben van wat er in mijn/onze groep gebeurt. Onze groep bestaat (naast mij) uit Carina Blokzijl (museumgoudA), Hayat Ahassad (OB Gouda) en Carolyt Koops (OB Gouda). Janine Nolen (Groenehartarchieven locatie Alphen aan den Rijn) deed hier aanvankelijk nog aan mee, maar haar rol ligt verder niet in het vervolgtraject.

Onze groep staat onder leiding van Carla Mulder (van "Lange Poten"). Ieder van ons moest iets "biografisch" schrijven. Mijn verhaal ging over mijn twee passies: Middeleeuwse handschriften (= boeken die niet gedrukt zijn, maar met de hand geschreven) en Arabische kalligrafie. De eerste passie komt voort uit mijn opleiding en wetenschappelijke bijdragen daaraan. De tweede passie komt voort uit het urgente gevoel dat niet-moslim-Nederlandsers open moeten staan voor moslim-Nederlanders. Mijn adagium: "Integratie moet van twee kanten komen". Ik wordt/werd beschouwd als tolk tussen twee werelden (heden en verleden en oost en west). En hier komt al duidelijk het thema HOOP om de hoek kijken.

Op dag twee werd iedereen van de groep naar een projectonderwerp geleid, dat tamelijk dicht bij hun voorkeuren ligt. Carina gaat de website Goudabruist (http://goudabruist.ning.com) volgen. Wat gaat daar om? Wat houdt de mensen bezig? Hayat legt letterlijk haar oor te luisteren in het nieuwe "leescafé" Zoet en Zalig in de OB Gouda. Eveneens: wat gaat daar om, waar hebben de mensen het over...? Carolyt gaat informele muziekpodia volgen. Aankondigingen van muziekevenementen in Gouda die niet door de officiële media worden aangekondigd, maar via twitter of sms. En ik ga kijken waar de moslim-Nederlanders en niet-moslim-Nederlanders elkaar ontmoeten. Hoe en waar en waarom zij zich mengen. De keuze is gevallen op een aantal winkels van moslim-eigenaren, want dáár komen beide bevolkingsgroepen bij elkaar. Mijn belangrijkste vragen zullen natuurlijk zijn aan de niet-moslim-Nederlanders: Waarom kopen zij juist daar? Wat zijn hun beweegredenen? En mijn HOOP is dat ik voorbij de te verwachten goedbedoelde cultureel verantwoorde antwoorden kan komen, en uiteindelijk de mensen dichter bij elkaar kan brengen. En dat is mijn motto: "Ik wil de boel bij elkaar brengen".

donderdag 10 december 2009

De expertise van de massa: een analyse

We hebben even kunnen nadenken over wat er dinsdag gezegd is. We hebben het allemaal kunnen laten bezinken. Dan kom ik toch een probleem tegen: de notie die tegenwoordig hoe langer hoe meer opgeld doet: de "expertise van de massa". Dick Rijken kwam er mee in zijn kennisparadox. En Ton Korver verwoordde dat in de bekende raadopdracht (die ik in het bericht van dinsdag niet heb genoemd), waarbij je moet raden hoe zwaar een stier weegt (of hoeveel knikkers er in een fles zitten, hoe zwaar de kaas weegt, hoeveel volwassen mannen er in een lelijke eend passen, etc.). De individuele deelnemer zit er gegarandeerd naast, maar alle deelnemers bij elkaar komen, gemiddeld, op precies de goede uitkomst. Met andere woorden: als je maar heel veel mensen inschakelt, dan komt het juiste antwoord vanzelf bovendrijven. Mijn bezwaar hiertegen is, dat dit wel geldt voor simpele getalstatistiek. Je berekent hierbij het rekenkundig gemiddelde. De bijbehorende grafiek is die van de "normale verdeling", ook wel de "Gaussdistributie" of de "kromme van Gauss" genoemd. Hierbij ligt de top van de "massa" op het gemiddelde.














Maar stel nu eens. Je hebt een ernstige ziekte en moet diepgaand medisch worden onderzocht. Vraag je dan aan je huisarts: "zoek een zo groot mogelijk aantal willekeurige mensen bij elkaar en laat die groep de diagnose stellen." Of vraag je: "Wie is de beste specialist op dit terrein?" Het antwoord laat zich raden.
Wat ik hiermee zeggen wil: expertise, kennis en kunde kun je niet in een simpel rekenkundig gemiddelde uitdrukken. Slechts een fractie van de mensen weet zo veel over een bepaald onderwerp, dat die er een goed, zuiver oordeel over kan geven. De grafiek die bij dit soort fracties hoort, is niet die van een Gaussverdeling, maar het is een (tak van een) hyperbool.



Links de "massa" die er niets of weinig vanaf weet, rechts de kleine groep en enkelingen die behoren tot de experts en specialisten die er veel vanaf weten. En het gemiddelde, dat in de vorige grafiek de top vormt, ligt hier midden in de bocht.

De "expertise van de massa" is een simplificatie van de werkelijkheid, het is in wezen populistisch. Je kunt met die notie de maatschappij, de samenleving niet te lijf gaan. Die is daar veel te complex voor. Die bestaat niet uit cijfermatige gemiddelden. "De massa wil...", of "de massa vindt..." mag geen uitgangspunt zijn. Die massa staat links in de onderste grafiek. De massa weet te weinig van de bestrijding van de Mexicaanse griep om daar een oordeelkundige opvatting over te hebben.
Maar zelfs als er uit de massa een goed, nieuw idee, of een goede, nieuwe methode komt bovendrijven, is het nog altijd de expert die dat bepaalt: "Hé ja, zo kan het ook; nooit aan gedacht...!" Het is dus niet de massa die bepaalt of een idee of een methode goed is; dat blijft altijd de expert. Er kunnen wel enkelingen in die massa zijn, die met een goed idee komen, maar de expert kan beoordelen of dit inderdaad een goed idee is. Wij moeten proberen die enkelingen uit de massa te vinden.


dinsdag 8 december 2009

Start Buiten spelen

Vandaag was de eerste informatiebijeenkomst voor het nieuwe Buiten spelen. Achtereenvolgens kwamen Dick Rijken, Ton Korver en Else Rose Kuiper aan het woord, om het een en ander te betogen over het project. Ik zal proberen de verhalen een beetje samen te vatten, hoewel dat niet overal even goed zal gaan.

Dick Rijken (lector Informatietechnologie aan de Haagse Hogeschool)
Hij begon met een paradox, die er volgens mij op neerkomt dat kennis niet meer in betrekkelijk weinig handen van experts ligt, maar - doordat er nu veel mensen een opleiding genoten hebben en bovendien aangesloten zijn op het internet - de kennis van die vele mensen geconcentreerd is op het internet en er aldus kennis ontstaat die beter is dan die van de experts. Daar zou ik dan tegenin willen brengen, dat dat niet blijkt uit wat de mensen op internet gedaan hebben met de Mexicaanse griep. "Iedereen" wist ineens dat er de meest vreselijke dingen gingen gebeuren en dat er de verschrikkelijkste ingrediënten in het serum zouden zitten. Maar wat een onzin is dat. Hier blijkt dat de expertise van de massa (zie ook Ton Korver) alleen maar tot bangmakerij leidt. Men gelooft het allemaal. Bangmakerij is trouwens de aanleiding voor het Leitmotiv van deze Buiten spelen2.0. Het Leitmotiv is namelijk Hoop.

Je kunt in de kunst- en cultuurwereld drie soorten onderzoek onderscheiden:
1.- vormonderzoek: wat kun je met het medium
2.- contextonderzoek: waar kun je de gevonden vormen voor gebruiken?
3.- transformatie-onderzoek: wat is de wederzijdse relatie tussen een publieke instelling en de samenleving?

We gaan in dit waterwolfproject de samenleving opzoeken en vanuit gebeurtenissen (kernbegrip in dit project) die samenleving bij ons betrekken. Hoe verhouiden onze instellingen zich tot gebeurtenissen in de Goudse samenleving. Welke gebeurtenissen zouden historisch belangrijk  kunnen zijn? Kunnen we zelf gebeurtenissen organiseren?
Hierbij staat ons een aantal organisaties ten dienste: Patching Zone, Lange Poten en No Acadamy.

"De weg naar de uitkomst staat nog niet vast, maar wordt gaandeweg gevonden..."

Ton Korver (lector Human Resource Management aan de HH)
Waterwolf heeft veel te maken met het in beweging zetten van mensen: uit de samenleving naar de organisatie en omgekeerd. Het motto is: "bouw eerst een luchtkasteel, voordat je een kasteel bouwt." M.a.w.je moet eerst een beeld hebben, voordat je het model kunt vormen/realiseren.

Beelden zijn belangrijk. We hebben beelden van organisaties en daardoor ook modellen van die organisaties. Wat voor beelden van "Organisaties2.0" zijn er? Welke beelden passen het best bij onze organisatie? Wat voor managementbeeld hebben we bij "management2.0"? Altijd is de conclusie: Alles moet anders; "Iedereen is manager, niet alleen de toplaag van de organisatie". De traditionele organisatiestructuur is hiërarchisch. Het management is er niet voor om de organisatie in de vaart der volkeren op te stoten. Het management zorgt voor een hoger doel in de organisatie; het zorgt ervoor dat ideeën gerealiseerd kunnen worden.
Het management moet niet conflictontwijkend zijn (conformiteit, consensus en cohesie), maar zorg dragen dat afwijkende meningen ook aan bod komen, niet bang zijn voor conflictueuze situaties. Niet alle neuzen hoeven dezelfde kant op te wijzen, ook al staat dat leuk voor het bestuur van de organisaties. Er moet een "interne markt" voor ideeën zijn. De mensen moeten onafhankelijk van elkaar hun kennis beschikbaar kunnen stellen. De "wijsheid van de massa" uit de omgeving van de organisatie kan heel veel kennis samenbrengen en ter beschikking stellen en mobiliseren (zie echter mijn opmerking over de Mexicaanse griep bij Dick Rijken: je kunt op deze manier ook foute informatie mobiliseren).

Als organisatie verzamelen we geen collecties maar "sensoren". Hiermee wordt bedoeld: als archiefinstelling verzamelen we geen archivalia maar historisch geïnteresseerden; als museum verzamelen we geen objecten maar (kunst)verzamelaars en kunstenaars; als bibliotheek verzamelen we geen boeken maar lezers en schrijvers. Opmerking mijnerzijds is: als je geen collecties zou hebben, waar blijven dan de "sensoren" in het verhaal?

Beantwoord de stelling: "Voor mij zou het luchtkasteel lijken op..."

Else Rose Kuiper (projectmanager Buiten spelen)
De medewerkers die meedoen krijgen de ruimte om dingen te doen en al werkend denken ze na over wat er gebeurt en wat ze zouden willen doen. Er wordt wel een kader gegeven, maar je moet zelf de bijbehorende processen ontdekken. Je moet nadenken over nieuwe manieren van werken en dingen en methodes uitproberen.

Er worden in het begin verschillende projectgroepen opgericht met verschillende opdrachten. Doel is je waarneming op jezelf,op de organisatie en op de omgeving te verscherpen. Hoe doe je dat? En wat doe je met de gegevens die je krijgt?

In het voorjaar wordt hieraan een aantal maanden gewerkt; in het najaar is er tijd voor reflectie op wat we in het voorjaar gedaan hebben. Deze reflectie geeft dan weer stof om het daarop volgende voorjaar mee verder te gaan.


Nan van Schendel (directeur openbare bibliotheek Gouda)
Waarschuwt ten slotte, dat het Waterwolfproject ook veel hoofdpijn, frustratie, weerzin en moeite geeft.

donderdag 3 december 2009

Goudse canon

Gisteren was de officiële presentatie en "overhandiging" aan de gemeente van de Goudse canon in het stadhuis van Gouda. Het was een groot succes: de canon ziet er fantastisch uit. 40 Vensters over de geschiedenis van Gouda. Het wordt met recht (een van) de mooiste canon-websites van Nederland genoemd! Het was ook lekker druk, wat natuurlijk leuk is voor de mensen die ervoor gezorgd hebben dat de canon er kwam.

Inleidende woorden werden gesproken door Dolph. Blussé en Marian van der Veer, beiden van het Historisch Platform Gouda, het platform dat een leidend rol gespeeld heeft in de totstandkoming van de Goudse canon. Wethouder van onderwijs A. Menkveld heeft de canon in "ontvangst" genomen namens de stad Gouda. Natuurlijk kwam Goudanet ook nog een paar keer langs.

Naast deze canon voor volwassenen komt er ook nog een Goudse canon voor de (school)jeugd en een "echt" boek over de Goudse geschiedenis, eveneens voor de jeugd.

vrijdag 27 november 2009

Start

Ik ben deze blog begonnen om de wederwaardigheden van het nieuwe "Buiten spelen"-project van Waterwolf/SIA-RAAK te becommentariëren. Het vormt tevens onderdeel van het (leer)traject dat we gaan lopen.

Het eerste traject verliep nogal moeizaam. Er werden verwachtingen gewekt, die niet waargemaakt werden en de gang van zaken was vaak chaotisch. Het gevoel leefde, dat alles veel sneller en doelmatiger had gekund.

Dit wil niet zeggen dat alles zinloos was. Helemaal niet. Er zijn veel dingen aan de orde gekomen die voor een nieuwe visie, aanpak, werkwijze en zo zinvol geweest zijn. De uitkomst waaraan ik meegewerkt heb was Collecties2.0. Dit beoogde een project te worden waarin museumgoudA, het Streekarchief Midden-Holland en de openbare bibliotheek Gouda samenwerken om een website te starten waarin kennis over Gouds plateel bijeengebracht zou worden. Eén van de kerndoelen was om buitenstaanders (bijvoorbeeld vroegere fabrieksarbeiders en verzamelaars) bij elkaar te brengen en hun kennis en anecdotes te verzamelen. Dit zou gelardeerd worden met onder meer een determinatietabel voor Gouds plateel en een digitale kaartapplicatie waarop te zien zou zijn waar de fabrieken en fabriekjes stonden en/of waar plateelbakkers woonden. Foto's en filmpjes zouden aangeklikt kunnen worden om de vroegere toestand te laten zien.

Juist toen Collecties2.0 bezig was op te starten, hield om allerlei redenen het eerste Buiten Spelenproject op te bestaan. Het Gouds plateelproject is nu ondergebracht als een van de dossier plateel in Goudanet.

Maar er zijn nu financiële middelen voor een vervolgtraject van Buiten Spelen. Dat zal binnenkort van start gaan. Eén van de onderdelen van het traject is "23 Archiefdingen", waarmee archiefmedewerkers in contact gebracht worden met moderne IT-toepassingen, die voor ons in de organisatie van nut kunnen zijn om het publiek "van buiten naar binnen" te trekken. Deze blog past daar goed in.